Hoofdpagina Mededelingen Foto's en verhalen

Albert Delahaye was naast historicus ook archivaris in respectievelijk Maastricht, Kerkrade, Nijmegen en in het Archivariaat "Nassau Brabant".

Het Archivariaat "Nassau Brabant" bestond aanvankelijk uit 4 gemeenten (Zundert, Rijsbergen, Steenbergen en Zevenbergen) en groeide onder zijn supervisie uit tot een archivariaat van liefst 17 gemeenten en 4 waterschappen in West-Brabant. Naast zijn publicaties over de geschiedenis in het eerste millennium, heeft Albert Delahaye nog een overweldigende hoeveelheid boeken en artikelen gepubliceerd over de gemeenten waar hij werkte als archivaris.

In Nijmegen begon hij enthousiast aan de inventarisatie van het oude archief. Al snel ontdekte hij dat de hele vroeg middeleeuwse geschiedenis van de stad op een groot misverstand berustte. Het in de klassieke bronnen genoemde Noviomagus bleek bij nadere bestudering van alle teksten niet Nijmegen te zijn, maar de Franse stad Noyon, de stad waar Karel de Grote gekroond was. Bovendien ontbrak het in Nijmegen aan archeologische vondsten juist uit de Karolingische persiode. Van een paleis van Karel de Grote is geen spoor, zelfs geen scherf gevonden.  Het gat van Nijmegen bleek inderdaad een historisch  feit en was voor Nijmegen een groot probleem in de vermeende continuïteit.

Zijn publicaties over het gemis van een Karolingisch paleis en de verwarring met Noyon werd hem door de gevestigde historici niet in dank afgenomen. Op allerlei manieren en van alle kanten werd hij tegengewerkt om de zaak verder te onderzoeken. Hun verweer was zo fel vanwege de reputatieschade. Wat Delahaye had ontdekt hadden zij moeten ontdekken, waarmee hun deskundigheid op het spel stond. Het enige antwoord dat ze hadden was om hem als historicus belachelijk te maken en als charletan te kwalificeren. Bij gebrek aan een weerwoord werd het verzwijgen van de bevindingen van Delahaye hun handelsmerk.

 

Omdat het verder werken in Nijmegen hem onmogelijk werd gemaakt, besloot Delahaye elders te solliciteren en vertrok hij naar Brabant. In Brabant werd hij archivaris van het Archivariaat Nassau-Brabant en heeft zijn onderzoek naar de geschiedenis in het eerste millennium verder uitgewerkt. In zijn woonplaats Zundert ontdekte hij dat juist daar de oudste St.Willibrordkerk van Nederland stond, niet gesticht vanuit Utrecht of Echternach, maar vanuit Tongerlo. De pastoor van deze kerk werd tot 1823 ook niet vanuit Utrecht aangesteld, maar vanuit het bisdom Luik. Dat opende zijn ogen voor een nog grotere mistificatie in de geschiedenis van Nederland die verder ging dan alleen die van Karel de Grote en Nijmegen. Door zijn werk in het archivariaat Nassa-Brabant ontdekte hij ook dat de transgressies tussen de 4e en 9e eeuw een bewoning in grote delen van Nederland in die periode onmogelijk maakten. Van een prediking kan in die periode in Nederland dan ook geen enkele sprake zijn geweest. Waar niemand woonden hoefde ook niemand bekeerd te worden.

 

Door zijn studiereizen in Frankrijk vond hij in Frans-Vlaanderen de juiste streek waar de vermeende Hollandse geschiedenis zich in werkelijkheid heeft voorgedaan. Daar paste alle teksten, daar vond hij ook de honderden plaatsnamen van de in de kronieken genoemde plaatsen, daar vond hij ook de sporen van de vele volkeren die traditioneel in Nederland en ver in Duitsland werden geplaatst. Daar in Frans-Vlaanderen kwam hij ook tot de wetenschappelijk aangetoonde bewijzen dat het Germania van Tacitus daar gelegen was en helemaal geen betrekking had op Duitsland. De eindconclusie kon slechts luiden dat St.Bonifatius, St.Willibrord, Karel de Grote en de Noormannen voor Nederland volkomen legendarisch zijn. Ze zijn nooit in Nederland geweest, waarmee hun geschiedenis ook uit Nederland geschrapt dient te worden.
 

Amersfoort, 20 oktober 2015

Guido Delahaye, zoon van Albert Delahaye

 

 

 




NIEUWSTE ARTIKELEN:

Heemkundige Kring De Drie Heerlijkheden
NIEUWSTE ARTIKELEN: